|
Alg. Informatie
||
Kweek & Oogst ||
Geschiedenis
|
Pompoen, Algemene Informatie..
Het onderscheid tussen
Pompoenen (meestal Concurbita) en
Kalebassen (meestal lagenaria) is vrij vaag. De planten en
bloemen lijken op elkaar en ook de vruchten verschillen in essentie
niet veel van elkaar. Van beide soorten bestaan vele varianten.
Pompoenen komen oorspronkelijk uit Mexico. Sommige Kalebassen komen
uit het verre Oosten.
Pompoen en Kalebasplanten vormen meterslange kruipende uitlopers.
Soms klimmen die uitlopers in struiken of andere objecten die zij
onderweg tegen komen. Met hechtwortels hechten zij zich daaraan
vast. Het zijn tweehuizige planten.
Dat
wil zeggen dat er aan iedere plant zowel mannelijke als vrouwelijk
bloemen komen. Ongeveer twee maanden na het zaaien komen eerst de
grote gele mannelijke bloemen aan de plant. Later komen er ook
vrouwelijke bloemen aan.
Deze zijn te herkennen
doordat er reeds onder de bloem een klein Pompoentje is gevormd.
(Hierin kun je de vorm van de uiteindelijke vrucht reeds herkennen)
Dat kleine Pompoentje begint direct na de bevruchting te groeien.
Echter niet iedere vrucht zal tot een volgroeide Pompoen uitgroeien.
De bloemen zijn goed in staat tot het aantrekken van bijen. Bij
afwezigheid van bijen kun je de natuur helpen door de bevruchting
met een penseeltje te bevorderen.
|
|
|
|
|
|
|
Pompoenen in
Nederland
Alhoewel het Nederlandse klimaat eigenlijk niet zo geschikt is voor
het kweken van Pompoenen en Kalebassen, neemt de populariteit van
deze planten momenteel enorm toe. Pompoenen kweek je voor je plezier
of voor de keuken. Het is momenteel erg trendy om Pompoenen en
Kalebassen in de herfst op de vensterbank, in plantenbakken of naast
de voordeur te leggen.
Ook worden Pompoenen in toenemende mate in de keuken gebruikt. Men
maakt
er dan bijvoorbeeld pompoenen-jam of de in Noord-Amerika befaamde
Pumkin-pie van. Ook bij het Amerikaanse feest Halloween speelt de
Pompoen een belangrijke rol. Vroeger werden van de schil ook wel
gebruiksvoorwerpen gemaakt.
Siervruchten zijn er in vele
soorten en maten. Het bekendst is de kalebas of sierpompoen, ook wel
Cucurbita genoemd. Dit is echter de officiële geslachtsnaam van
allerlei vruchtdragende planten, waaronder komkommer en augurk. In
het algemeen kun je zeggen dat de kleine soorten kalebassen zijn en
de grotere soorten pompoenen. Kalebassen zijn alleen geschikt voor
decoratie. De (meeste) pompoenen kun je ook eten.
Niet alleen het vruchtvlees is eetbaar, maar ook het zaad, de
bloemen, de jonge scheuten en de bladeren kunnen worden
geconsumeerd. Er bestaan waarschijnlijk meer dan 500 verschillende
cultivars. Ze zijn te verdelen in vijf groepen: zomerpompoenen en
courgettes, herfstpompoenen, winterpompoenen, pompoenen en
sierkalebassen. Ze komen uit de Verenigde Staten, Australië,
Zuid-Afrika, Groot-Brittannië, Frankrijk, Italië en Duitsland.
Zomerpompoenen
en courgettes zijn rijp in hartje zomer, gevolgd door
herfstpompoenen. Daarna komen de pompoenen die op hun best zijn in
november, de periode van Halloween en Sint Maarten. Tenslotte is er
de oogst van de winterpompoenen, die kunnen worden bewaard tot mei
en soms nog langer, tot aan de zomeroogst. Courgettes en pompoenen
zijn tegenwoordig het hele jaar vers te koop
Fantasienamen
Cucurbita pepo is de meest aangevoerde soort.
Daarna volgen C. mixta, C. moschata (muskaatpompoen), C. ficifolia
(vijgenbladpompoen) en C. maxima (winter- en bewaarpompoen). De
plooipompoen is de bekendste soort. Kenmerkend zijn de grote oranje
vruchten met diepe plooien. Toch zijn er bij het grote publiek wel
meer soorten bekend, zoals ‘Turkse mutsen’ (C. turbanis). Andere
sprekende fantasienamen zijn ‘Wratten gemengd’, Mandarin, Pommelo
(geel of groen-wit), Sweet pumpling, 'Giant Bottle', Festival en
Rugbyballen. Van alle siervruchten, die op de Nederlandse
bloemenveilingen worden verhandeld,
bestaat
54 procent uit Cucurbita. Malus (sierappels) en Zea mays (siermaïs)
hebben een aandeel van 17, resp. 9 procent. De resterende 20 procent
bestaat uit andere soorten, zoals Citrus aurantiifolia (sierlimoen),
C. reticulata (siermandarijn), Punica granatum (granaatappel) en
Capsicum annuum (sierpepers).
Uit de omzetcijfers van de Nederlandse bloemenveilingen blijkt dat
de vraag naar siervruchten flink stijgt. In 1998 bedroeg de totale
omzet nog 2,5 miljoen euro; vorig jaar was dit gestegen naar 4,3
miljoen euro. De gemiddelde prijs steeg in die periode van 19 naar
34 eurocent. Door de grote variatie in gewicht, grootte en aantallen
per fust, vallen hier echter moeilijk conclusies aan te verbinden.
Circa 85 procent van de aanvoer is afkomstig uit Nederland; de rest
is afkomstig van Duitsland, Engeland en Turkije. De meeste producten
worden buiten geteeld.
Oogstgevoel
Sierfruit is bij uitstek geschikt voor binnen- en
buitenpresentaties.
Oude manden, kisten en andere decoratievoorwerpen worden vaak van stal
gehaald om van sierfruit een leuke tentoonstelling te maken. Zo
ontstaan kleurrijke arrangementen, die het ‘oogstgevoel’ van
het najaar onderstrepen. Van de
kleinere vruchten kunnen allerlei decoraties worden gemaakt. Het
zaad kan worden gebruikt voor sieraden en collages. Zo kan de
onderkant van de fleskalebas worden gebruikt als een schaal. Deze
kalebassoort wordt in Afrika ook wel gebruikt om er sambaballen van
te maken.
Er zijn verschillende methoden om nog langer te kunnen
genieten van siervruchten.
Je kunt ze ook vernissen, verven of met was behandelen, waardoor ze
gaan glimmen en hun natuurlijke kleur wordt versterkt.
De aanvoer van siervruchten loopt van augustus
tot en met december. De producten worden per doos aangevoerd; vaak
gemengd, per kleur of per soort. Veelal wordt dan per laag een
andere soort of kleur gebruikt. Sommige vruchten worden per stuk
verkocht. Dit is afhankelijk van de grootte en dikte van de
producten.

Siervruchten op de Floriade
Van 18 tot 20 oktober worden Cucurbita en Brassica
tentoongesteld op de Floriade, de wereldtuinbouwtentoonstelling in
Nederland. Op 650 vierkante meter laten bloemsierkunstenaars zien
hoe koolsoorten (zowel eetbaar als sierkool) en pompoenen verwerkt
kunnen worden. Deze 'parel' is toegevoegd aan de twee lopende
exposities en loopt door tot de officiële sluiting van de Floriade.
De Pompoenfamilie is
enorm uitgebreid. Tot de familie behoren o.a. de kalebas,
sierkalebas, courgette, kussa, chayote, squash, patisson, kurbis of
reuzenpompoen. De Latijnse naam is Cucurbita Pepo. Het geslacht van
de Pompoenen behoort tot de familie van de komkommerachtige, waartoe
ook de meloenen worden gerekend. De Pompoen is een eenjarige
klimplant die in Midden-Amerika in het wild voorkomt. Het
vruchtvlees van de Pompoen is vaster en minder waterig dan van de
komkommer. De smaak van de oranje soorten doet denken aan wortel,
maar meliger. Groene soorten hebben een notensmaak. De ene pompoen
is zoeter dan de andere.
De ronde soorten worden in
Nederland pompoen genoemd, de Langwerpige courgette, de paddestoel
vormen patisson.Pompoenen kunnen in vele klimaatomstandigheden wor den
gekweekt, dus ook in een gematigd klimaat, maar ze kunnen niet tegen
vorst. Een ecologische teelt zonder chemische bestrijdingsmiddelen
en kunstmest is gemakkelijk en met goede resultaten te realiseren.
Voor teelt in de tuin kan men het best de pitten binnen opkweken
totdat na de twee kiembladen, twee echte bladen verschijnen.
Uitplanten na half mei zodra het gevaar voor nachtvorst is geweken.
De kruipende stengels met
klimranken kunnen zeven meter lang worden. De Courgette en Patisson
daarentegen groeien als struikvorm met een diameter van maximaal
twee meter. Gave vruchten zijn na de oogst maanden houdbaar op een
koele goed geventileerde plaats. In Oost-Europa, Azië, Afrika en
Noord- en Zuid Amerika worden veel meer Pompoenen gegeten dan bij
ons in Nederland.Het vruchtvlees van de meeste Pompoenen hoeft geen
uitgesproken smaak en is daarom goed in gerechten te gebruiken waar
veel kruiden aan te pas komen!

|
|
|
|
|